Stadsmakers

Zelf een gemeenschapstuin starten? Onze lessen.

Emma’s Hof in Den Haag is een van de bekendste gemeenschapstuinen van Nederland. Sinds 2007 transformeerden buurtbewoners een braakliggend terrein tot een bloeiende stadstuin van 1.700 m². Wat begon als een droom van een handvol initiatiefnemers, groeide uit tot een groene ontmoetingsplek met meer dan 100 vrijwilligers en 160 donateurs.

Op deze pagina delen we onze ervaringen én de lessen uit wetenschappelijk onderzoek. Want of je nu een buurtinitiatief wilt opzetten, een gemeenschapstuin wilt starten of bestaande bewonersparticipatie wilt versterken: van Emma’s Hof valt veel te leren.

1.700 m² oppervlakte
Volledig eigendom van stichting
Idee ontstaan in 2007
Aanleg tuin in 2010
130+ vrijwilligers
150+ donateurs
Erkende ANBI-status
Geen betaalde krachten

Wat maakt Emma's Hof bijzonder?

Emma’s Hof is uniek in Nederland: de stichting is eigenaar van zowel de grond als de gebouwen. Bij vrijwel alle andere gemeenschapstuinen is de gemeente grondeigenaar. Dit volledige eigenaarschap geeft maximale zekerheid en autonomie, maar de lessen die we hebben geleerd zijn ook toepasbaar voor tuinen op gemeentegrond.

In 2025 deed de Universiteit Utrecht onderzoek naar gemeenschapstuinen in heel Nederland. Emma’s Hof was een van de onderzochte tuinen. De conclusie van de onderzoekers: “Niet juridisch eigendom, maar de manier waarop eigendomsrechten worden ingezet bepaalt het succes van gemeenschapstuinen.”

Uit het onderzoek “Green commons, grey spaces” (Universiteit Utrecht, 2025) blijkt dat duurzame gemeenschapstuinen niet puur bottom-up of top-down ontstaan, maar door continue interactie tussen bewoners en gemeente. De belangrijkste succesfactoren:

Wat drijft vrijwilligers?
Vrijwilligers reageren niet op plichtmatige oproepen, maar op autonomie en verbinding:

  • Vrijheid om zelf te bepalen wanneer en hoe je bijdraagt
  • Verbinding met de plek: “dit is van ons, dit hoort bij de buurt”
  • Sociale contacten en het gevoel ergens bij te horen
  • Zichtbare resultaten van eigen inzet


De balans tussen formeel en informeel
Gemeenschapstuinen functioneren het best met een “lichte governance-laag”: formeel genoeg om te voldoen aan eisen van gemeente en subsidiegevers, maar informeel genoeg om de vrijwillige dynamiek niet te verstoren.

Wat werkt:

  • Eenvoudige bestuursstructuur
    Interne afspraken over taken, maar zonder strikte controle
  • Sociale normen (“alles is van iedereen”, “neem niet meer dan je nodig hebt”)
  • Ruimte voor eigen invulling en experimenteren


Wat niet werkt:

  • Te veel rapportage-eisen
    Verplichte toestemming voor kleine aanpassingen
  • Strakke planning en controlemechanismen
  • Bemoeienis met interne keuzes
  • Factoren voor duurzaamheid


Het onderzoek identificeert vijf factoren die bepalen of een gemeenschapstuin op lange termijn blijft bestaan:

  • Stabiele inkomsten — via donateurs, subsidies of een combinatie
  • Voldoende vrijwilligers — met flexibele inzetmogelijkheden
  • Zekerheid over voortbestaan — langdurige overeenkomsten of eigendom
  • Goede relatie met de gemeente — als partners, niet als huurder en verhuurder
  • Zichtbare maatschappelijke waarde — sociale cohesie, biodiversiteit, leefbaarheid

Praktische tips uit Emma's Hof

Hieronder delen we de aanpak die Emma’s Hof succesvol heeft gemaakt, in de vorm van concrete tips. Deze zijn gebaseerd op de ervaringen van initiatiefnemer Nelleke Mineur en aangevuld met inzichten uit recent onderzoek.

Fase 1: Het begin

Sluit aan bij wat er al is

 De buurt was al actief met straatfeesten. Daar leerden de initiatiefnemers andere bewoners kennen. Je hoeft niet vanaf nul te beginnen — kijk wat er al gebeurt in je wijk.

In het begin was niet precies duidelijk wat we wilden realiseren, maar iets moois ging het worden. Het motto was: “Gewoon beginnen en dan gaat het lukken” en “Denk groot, begin klein.” De teamleden vulden elkaar aan met verschillende expertises.

In het begin is er veel onderzoek nodig: hoe zit het met de grond, welke fondsen zijn er, wat zijn de regels? Het groepje van zes kwam regelmatig bij elkaar. Zorg dat je daar tijd voor hebt. 

Fase 2: De buurt betrekken

We hebben de hele buurt geflyerd (1.000 flyers) met de boodschap: “Wij willen hier een groene plek creëren, over een week komen we terug om te vragen wat jullie hiervan vinden.” Een week later gingen acht mensen bij alle buurtbewoners langs. We kwamen terug met een enorme lijst aan ideeën én we hadden de buurt leren kennen.

Veel buurtbewoners meldden zich aan om te helpen. We gaven mensen de kans om te doen wat zij zelf wilden doen. Zo bouw je aan enthousiasme — niet door taken toe te wijzen, maar door ruimte te geven.

De initiatiefgroep hield de buurt steeds op de hoogte via website, e-mail en flyers. Toen het pand 10 maanden werd gekraakt, bleven we positief en informeerden we de buurt. Transparantie bouwt vertrouwen.

Toen de grond gekocht was, werden buurtbewoners bij alles betrokken. We bikten samen stenen van het gesloopte pand (die later in de tuin werden gebruikt), we klusten in Emma’s Hof-truien, we maakten samen de mozaïekbank. Zo werd het “van ons” — niet “van het bestuur”.

Een opening is een ritueel, het begin van het seizoen is een ritueel. Rituelen markeren dat de tuin van de gemeenschap is.

Fase 3: Ontwerpen

Toen duidelijk was dat de buurt enthousiast was, zeiden we: “Wij nemen alle ideeën mee, maar wij bepalen wat er gaat komen — en dan is het voor de buurt.” Dit klinkt tegenstrijdig, maar het werkt: mensen willen meedenken, maar ook dat iemand de knoop doorhakt.

We kozen bewust voor een stichting en geen vereniging. Bij een vereniging zou de inspraak te ingewikkeld worden. Een stichting kan sneller beslissen.

We ontwikkelden een projectplan met een Pakket van Eisen, een Missie, een Doelstelling en een Plan van Aanpak. Dit hielp om focus te houden en was nodig voor subsidieaanvragen.

Emma’s Hof richtte zich op een rustige en veilige plek voor ouderen en kinderen. “Veiligheid en Beheer” stonden voorop. Daarom kozen we voor een aangelegde tuin in plaats van een wilde speelnatuurplaats. Heldere keuzes maken het beheer eenvoudiger.

Voor het ontwerp nodigden we 30 mensen gericht uit — geen open uitnodiging. De landschapsarchitect was al gekozen, de functies waren al benoemd, we werkten met moodboards. Tijdens de ontwerpsessie maakten groepjes maquettes. Zo krijg je input zonder eindeloze discussies.

De stenen van het oude pand werden hergebruikt, net als tuinhekjes van bewoners. De naam “Emma’s Hof” past bij de wijk (Regentes Emma). In de poort is de historie te zien op foto’s en teksten. Een plek met verhaal wordt meer gekoesterd.

Zorg dat je tuin verschillende functies heeft: spelen, ontmoeten, afzonderen, ontdekken, genieten. In Emma’s Hof zijn de paden rolstoeltoegankelijk en zijn er diverse speelaanleidingen voor kinderen.

Fase 4: Financiering en gemeente

Er bleek geld beschikbaar bij de Wijkwinkel. En Emma’s Hoftour — een buurtdag met activiteiten — bracht €2.000 op. Laagdrempelige startactiviteiten leveren geld én tonen draagvlak.

Toen we steun nodig hadden, benaderden we politieke partijen. Timing is belangrijk: het was Groenjaar in Den Haag én er kwamen verkiezingen aan. Ambtenaren kunnen stroperig zijn, politici willen scoren.

We ontvingen de wethouder in de boksring van het te slopen gebouw. Dat leverde mooie foto’s op. Politici waarderen zichtbare momenten.

Voor subsidieaanvragen lazen we ons in over de effecten van groen op gezondheid en sociale cohesie. We kenden de cijfers over de samenstelling van de wijk. Kennis geeft overtuigingskracht.

Zodra de gemeente financieel toezegt, volgen andere fondsen vaak. De gemeente is een keurmerk.

Stuur regelmatig (maar niet te vaak) updates over de voortgang. Een goed geïnformeerde gemeente is een welwillende gemeente.

Fase 5: Vrijwilligers binden

Bouw aan een eigen sfeer en cultuur

In het begin waren bestuursleden veel aanwezig om bezoekers te vertellen over de tuin. Het motto: “De tuin is van iedereen. Als jij iets ziet dat niet kan, spreek die persoon er dan op aan.” Zo werd iedereen mede-eigenaar van de regels.

In het begin waren we huiverig voor verbodsborden. Na gesprekken met politie en brandweer leerden we: begin streng, dan kun je later versoepelen. De regels zijn met de actieve vrijwilligers besproken, zo werkten we ook hier aan eigenaarschap. Kinderen corrigeren elkaar nu: “Hier niet rennen, dit is de Slakkengang.”

Emma’s Hof heeft 150+ Vrienden die jaarlijks bijdragen (€25 per persoon, €60 per gezin). Dit is binding én dekking voor lopende kosten. Vrienden voelen zich betrokken, ook als ze niet actief meehelpen.

Het bestuur zette werkgroepen op: Groengroep (tuinonderhoud), Spuitgasten (besproeien), Sleutelaars (openen/sluiten), Klusgroep, Kookgroep. Elke groep krijgt richtlijnen en budget, maar heeft verder vrijheid. Autonomie motiveert.

De Groengroep werkt op dinsdagen en elke laatste zaterdag. Maar er is ook een tuinlogboek waarin staat wat er moet gebeuren, zodat mensen op hun eigen tijd iets kunnen doen. Combineer structuur met flexibiliteit.

Om de cultuur te bewaken en goed over te dragen, wisselen bestuursleden niet allemaal tegelijk. Continuïteit in het bestuur is continuïteit in de tuin.

Natuurlijk willen we mensen met verschillende achtergronden betrekken. Maar dit gaat langzaam. Na een paar jaar komen er nu dagelijks Turkse en Marokkaanse vrouwen van de tuin genieten. Het ontstaat bottom-up, persoonlijke contacten helpen — maar het is niet te forceren.

Meer weten of langskomen?

Wil je Emma’s Hof bezoeken of heb je vragen over het starten van een eigen gemeenschapstuin? Stuur ons een mail of kom langs tijdens onze openingstijden. Daarnaast kan je in onze Knipselmap ook veel informatie vinden. Zoals persartikelen, onderzoeken en achtergrondmateriaal. 

Extra informatie van het Utrechtse onderzoek

Het Utrechtse onderzoek identificeert ook bedreigingen voor gemeenschapstuinen en de succesfactoren. 

Risico's en valkuilen

Risico

Hoe te voorkomen

Onzekerheid over voortbestaan

  • Streef naar langdurige overeenkomsten (10+ jaar)
  • Laat de tuin opnemen in bestemmingsplannen

Vrijwilligerstekort

  • Maak flexibele inzet mogelijk; leg geen verplichtingen op
  • Communiceer vanuit autonomie

Dominante vrijwilligers

  • Let op dat een vaste kern nieuwkomers niet afschrikt
  • Blijf actief uitnodigen

Financiële kwetsbaarheid

  • Diversifieer inkomsten (donateurs, subsidies, evenementen)
  • Bouw een reserve op

Politieke wisselingen

  • Zorg voor verankering in beleid (groenvisie, omgevingsplan)
  • Bouw relaties met ambtenaren én politici

Zeven principes voor gemeenten én initiatiefnemers

  1. Aandacht — Ondersteun de zichtbaarheid en maatschappelijke waarde van tuinen. Help bij het meten en communiceren van impact.
  2. Beschermen — Bescherm tuinen via beleid en regelgeving. Neem ze op in groenvisies en omgevingsplannen.
  3. Creëren — Creëer institutionele ruimte. Zorg voor een helder aanspreekpunt bij de gemeente.
  4. Duidelijkheid — Maak duidelijke maar lichte afspraken. Vermijd overmatige rapportage-eisen.
  5. Eigenaarschap — Gebruik eigenaarschap om ruimte te bieden, niet om te controleren. Beheerrechten zijn belangrijker dan eigendomsrechten.
  6. Faciliteren — Faciliteer met een helder startproces en basisondersteuning. Denk aan startsubsidies voor water, gereedschap, verzekering.
  7. Gelijkwaardigheid — Werk aan een gelijkwaardige relatie. Zie bewoners als partners in groenbeheer, niet als gebruikers van gemeentegrond.

Contact met Emma's Hof

History van een stukje grond

Geschreven door Herman Olthof

Aan het eind van de negentiende eeuw lagen tussen Den Haag, Scheveningen en Loosduinen uitgestrekte duingebieden, landbouwgronden en weilanden. Je kon vanaf de bovenste verdieping van de laatste Haagse woningen aan de Conradkade over de duinen de Oude Kerk in Scheveningen zien.

Een groot deel van dit gebied was eigendom van Adriaan Goekoop. Adriaan was telg uit een oud geslacht uit Goedereede. Daar bezat de familie sinds meer dan twee eeuwen uitgebreide landgoederen. Een jaar na de geboorte van Adriaan in 1860 verhuisde het gezin naar Den Haag, Alexanderstraat 17, op de hoek van Plein 1813. Daar bracht Adriaan zijn jeugd door. Terwijl zijn vader uitsluitend interesse had in handelsspeculaties, bezat zijn zoon een bredere kijk op de wereld. Hij vermeerderde zijn bezittingen door verstandige en slimme aankopen. Hij deed belangrijke schenkingen aan de stad Den Haag, onder meer de grond voor de Regentessekerk, het Volks- en Schoolbad en het Gymnasium Haganum (de tuin van zijn woonhuis!).

Het perceel waarop nu Emma’s Hof is gelegen, verkocht Goekoop begin vorige eeuw aan Nicolaas Johannes Boon. Boon was directeur van een bouwmaatschappij. In feite bepaalde een kleine groep huizenbouwers, waaronder Boon, hoe het groeiende Den Haag er uit ging zien. De gemeente had juridisch geen invloed op deze uitbreidingsplannen. Zij mocht geen stratenplan opleggen aan projectontwikkelaars. Goekoop had voor de nieuwe wijk het Regentessekwartier het stratenplan opgesteld. Daarbij volgde hij grotendeels de oude verkaveling van sloten en wegen. Onder invloed van de directeur van de nieuwe Dienst Gemeentewerken, I. A. Lindo, kwam in een gewijzigd plan voor het eerst een diagonale straat: de Regentesselaan. “Een schone boulevard met talrijke zijstraten”, zoals het jaarboekje van Die Haghe vermeldt.

Nicolaas Boon liet in de jaren daarna een groot aantal woningen bouwen onder meer aan de Galileïstraat en de Beeklaan. Vanuit zijn woning aan de Laan van Meerdervoort 250 volgde hij de werkzaamheden op korte afstand. In 1916 verkocht hij aan het R.K. Kerkbestuur St. Agnes “een poort, bovenwoning, plaats en kantoor” aan de Beeklaan 267, met een tweede toegang aan de Galileïstraat 36.

De nog jonge Agnesgemeente ontkwam niet aan de euforie die de snel aantrekkende economie na de Eerste Wereldoorlog met zich meebracht. Alles leek mogelijk om de groeiende jonge kerkelijke gemeente te ontwikkelen. Op het terrein aan de Beeklaan en de daar gelegen kegelbaan moest een patronaatsgebouw komen dat als centrum kon dienen voor het parochiële leven. Alle verenigingen zouden hier onderdak vinden en ook de jeugd zou erin worden ondergebracht. Verder dacht men aan het geven van uitvoeringen, lezingen, kunst en amusement.

Op 31 maart 1921 werd het Patronaatsgebouw St. Agnes door de Deken van Den Haag ingewijd. Voor nog geen anderhalve ton (guldens!) was een juweel van een parochiehuis gerealiseerd. Er was een toneel en een feestzaal, , een buffet en garderobe.

Een compleet ingericht theater derhalve. Verder waren er een gymnastieklokaal, een kegelbaan, een kantoor voor de maatschappelijk werkster en vergaderruimten. 

Maar na 4 jaar overtroffen de uitgaven de inkomsten. Uit alles bleek dat het nieuwe parochiehuis niet de ‘gouden greep’ was, zoals men zich had voorgesteld. De parochianen lieten het lelijk afweten, hun financiële bijdragen vielen ernstig tegen. Ten einde raad besloot men in 1927 het gebouw te verpach­ten. Dat bracht voor de kerk aanvankelijk een batig saldo op. Maar na verloop van tijd staakte de pachter zijn betalingen, waardoor het kerkbestuur weer voor alle lasten moest opdraaien. Tot overmaat van ramp trok de gemeente de subsidie in voor een kookschool en een wasinrichting van het eveneens in dat gebouw gevestigde meisjespatronaat. De kookschool, de wasinrichting en ook de kegelbanen moesten verdwijnen.

Een volgende klap was de beëindiging van het gymnastiekonderwijs in het gebouw. In de lagere scholen werden moderne gymnastieklokalen ingericht. De parochie bleef zitten met een kostbare installatie die nog niet was afgeschreven. In de jaren daarna sukkelt men verder met incidenteel verhuur. Maar het Patronaatsgebouw hing als een molensteen om de nek van de kerkelijke gemeenschap.

In 1933 gaf de bisschop van Haarlem toestemming het gebouw te verkopen. Tien jaar lang is het Kerkbestuur vervolgens bezig geweest om het kwijt te raken. De oorlogsjaren leverden een korte onderbreking. In november 1939 werden er voor enkele maanden 210 militairen van het Regiment Jagers in gelegerd. Na afloop bleek een flink aantal glazen, kop en schotels te zijn verdwenen. Korte tijd was er een uitdeelpost van de gaarkeuken gevestigd. Na de capitulatie werd het gebouw voor twee maanden verhuurd aan het Bureau Opbouwdienst van het Ministerie van Defensie. Daarna trok het Maatschappelijk Hulpbetoon van de gemeente Den Haag erin. Ten slotte werd het gebouw in 1943 verkocht aan de Vereniging Hersteld Apostolische Zendingsgemeente in de Eenheid der Apostelen in Nederland en Koloniën. De vereniging bleef eigenaar tot 1975 .

In 1975 kocht John Kristalijn het pand. Hij maakte van het gebouw een magazijn voor zijn elektrotechnische groothandel Elar.

Kristalijn had zijn hart verpand aan de bokssport. Hij bokste een paar jaar als amateur en begon in 1969 als trainer. Het oude patronaatsgebouw was een prima plek voor zijn boksschool. Hij verhuisde met zijn school van de Dunne Bierkade naar de Galileïstraat. Zijn school kreeg grote bekendheid in Nederland en bracht de ene na de andere kampioen voort.

Begin 2008 werd het patronaatsgebouw aangekocht door de projectontwikkelaar Timpaan Hoofddorp BV. Timpaan wilde er twaalf woningen bouwen. Dankzij een buurtinitiatief is het heel anders gelopen. Op 15 februari 2010 werd de stichting Stadstuin Emma’s Hof eigenaar van het terrein en het gebouw.

Geschreven door Herman Olthof

Doe mee met de Groen Groep